In memoriam Joke Korving (1939-2026): Blijven tikken zolang het kon

15 July 2026, 13:26 uur
Den Haag & Regio
mainImage
Joke Korving

‘Het laatste hoofdstuk is geschreven’, staat er boven de rouwadvertentie van journaliste Joke Korving, die zaterdag 11 juli op 87-jarige leeftijd overleed. Tevergeefs zul je in datzelfde AD/Haagsche Courant zoeken naar een redactioneel in memoriam of nieuwsbericht.

En dat is opmerkelijk voor iemand die ruim een kwart eeuw de rubriek ‘Mensen’ in de Haagsche Courant verzorgde, die zó lang zó nadrukkelijk aanwezig was in de Haagse samenleving. Werd het haar wellicht nog kwalijk genomen dat ze na haar pensionering voor Den Haag Centraal was gaan schrijven?

Joke Korving maakte bij voorkeur een rubriek over gewone mensen. Mensen  die iets bijzonders deden, of iets bijzonders te melden hadden. Aanvankelijk bestond bij de hoofdredactie van de Haagsche Courant eind jaren zeventig het idee een soort lokale variant van het Stan Huygens Journaal - de succesrubriek in De Telegraaf - te brengen. Maar de nuchtere Scheveningse Joke was wars van society, VIPS en BN’ers. 

In latere jaren werkte ze samen met een collega (de dagelijkse rubriek bleek gewoonweg teveel werk voor één persoon) die wèl van wat meer showelement hield en dat vond Joke maar zo-zo. Zij hield meer van sociaal gedreven mensen, van creatieve geesten, van de succesvolle bootvluchteling en van de al dan niet zweverige buitenbeentjes die het ook goed zouden doen in het tv-programma ‘Man bijt hond’.

En dan te bedenken dat ze ooit was begonnen als assistente van de chef-fotoredactie. Daar verdeelde ze het werk over de groep fotografen. Maar er was een andere ambitie. Ergens in 1975/1976 waagde ze zich aarzelend aan stukjes over bijzondere winkeltjes in Den Haag en de randgemeenten. Meestal zocht ze dan een leeg bureau met schrijfmachine op de stadsredactie en vroeg ze de collega’s om even te kijken of het zo goed was. Als je dan een aanmerking had, moest je wel met verdomd goede argumenten komen wilde ze iets veranderen. 

Avontuur

Toen ik eind 2006 druk was met de oprichting van een nieuwe krant in Den Haag - weekkrant Den Haag Centraal - behoorde Joke Korving met Bert Jansma en Aad van der Ven tot de eerste gepensioneerde Haagsche Courant-collega’s die ik vroeg om met mij in dit avontuur te stappen. Joke hoefde er geen seconde over na te denken. We kenden elkaar goed. Ik was bij de Haagsche Courant jaren lang haar chef geweest, maar dat was meer een papieren realiteit. Joke had geen leiding nodig. Zij bestierde haar eigen winkel, zonder enige bemoeienis van hogerhand. Vermoedelijk had ze het ook niet gepikt. Want zo vriendelijk als ze ook was, ze kon op gezette tijden stevig van zich afbijten. 

Vanaf het eerste nummer van Den Haag Centraal dat in mei 2007 verscheen was ze prominent met de rubriek Stadsmens bovenin op pagina 2 aanwezig; niets meer of minder dan een voortzetting van de rubriek Mensen die ze decennia lang in de Haagsche Courant had verzorgd.

Dikwijls kwam ze voor de gezelligheid even langs op de redactie, ze woonde immers op steenworp afstand. Het was altijd lachen als ze op bezoek was. En ze was niet vrij van zelfspot. In haar kleuterjaren was Joke onder de tram gekomen en daardoor miste zij een onderbeen. Gierend van de lach vertelde ze eens hoe iemand met dezelfde handicap had voorgesteld om voortaan samen naar de pedicure te gaan om kosten te besparen. En soms barstte ze ineens in jazzy zingen uit, want haar droom van de journalistiek was dan uitgekomen, er sluimerde ook nog een klein verlangen naar een podium als zangeres. 

Verweer

Zoals Joke tot de eerste mensen behoorde die ik vroeg voor Den Haag Centraal te gaan schrijven, zo behoorde zij tot de eerste collega’s die in het geweer kwam toen ik eind 2013 in een arbeidsconflict met het bedrijf belandde. Zij richtte zich terstond in een stevig verweer tot de aandeelhouders. 

Toen dat niet mocht baten, wilde ze uit loyaliteit het bijltje erbij neergooien. Dat tekende haar karakter. Maar dit vertoon van ruggengraat zou voor mijn positie niets veranderen. En omdat ik maar al te goed wist hoeveel het schrijven voor haar betekende, overtuigde ik haar ervan lekker door te gaan met tikken. 

Dat is Joke blijven doen, tikken zolang ze kon.


Door: Door Coos Versteeg